(Laatste wijziging: 28 november 2018)

Op het in oktober 2015 onthulde Joods Monument bij het Spoorwegmuseum in Utrecht staan minstens 70 onjuistheden op een muur met 1239 ingebeitelde namen. Dit is gebleken uit een gemeentelijk onderzoek waar publicist/amateur-historicus Jim Terlingen lang voor heeft gepleit en waarvan in maart 2018 het rapport verscheen plús aanvullende gegevens die op deze website staan.

Tegelijkertijd met het rapport kwam er een bordje op het monument met een onder andere een verwijzing naar de officiële website van het Joods Monument. Het monument ziet er nu erg mooi uit. Het rapport zelf is ver onder de maat. Zie hieronder en ook Terlingens reactie 'Broddelwerk in gemeentelijk rapport'.

het nieuwe bordje, geplaatst op 14 maart 2018

28 november 2018

Goed nieuws. Het beheer van de website die hoort bij het Joods Monument in Utrecht gaat in handen komen van specialisten: mensen van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Dit hebben ambtenaren van de gemeente Utrecht toegezegd.

Lees hier meer in de column van Terlingen.

4 september

In de Oud-Utrechter van deze week staat een verhaal waarin een vrouw herinneringen ophaalt aan een joods echtpaar, waarvan de namen onterecht op het Joods Monument staan. Ze heeft in de jaren zestig gewerkt in een winkel van hen in de binnenstad van Utrecht.


In de Oud-Utrechter van 18 september staat een reactie op dit artikel van een straatgenoot van de Spanjers. In de editie van 4 oktober staat een reactie van een andere werkneemster van Maison Iris.

15 juni

In het AD-UN van vandaag schrijft columnist Ingmar Heytze onder andere deze woorden over de fouten rondom het Joods Monument in Utrecht. "Is dat erg? Ja, natuurlijk." En hij rekende uit dat er gemiddeld in één van de achttien namen een fout zit.

10 en 11 juni

Eerste fout in gemeentelijk onderzoek komt aan het licht

Eind april benaderde Erik-Jan Kreuze me, vrijwilliger in het project Vrijheidsportretten van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork (HCKW). Hij wil weten of ik meer informatie heb over een joodse man, die de oorlog overleefd heeft. Het gaat om Albert Spanjer, geboren op 26 december 1903 in Duitsland (Frankfurt am Main), die in 1941 in Utrecht woonde aan de Mauritsstraat.

Dat hij zei dat de oorlog overleefd zou hebben, verraste me. Want in maart 2018 concludeerde het Utrechtse gemeentelijk rapport nog dat alleen zijn sterfplaats en -datum op het joods monument niet kloppen. Daar staat vermeld 'Sobibor 01.03.1945' en dit moet volgens het gemeentelijk rapport 'Utrecht, 01.03.1945' zijn.

Ik heb veel kritiek op het onderzoeksverslag (het bevat broddelwerk en ik schmierde dat dit vast de reden is dat er geen namen van onderzoekers achterin het rapport staan), maar fouten in het feitelijke onderzoekswerk was ik nog niet tegengekomen. Twee maanden na de verschijning komt nu de eerste aan het licht.

Op het monument: Albert Spanjer en Ingeborg Spanjer-Leiser

Sporen
Samen met de heer Kreuze ben ik op zoek gegaan naar na-oorlogse sporen van Albert Spanjer. En die zijn er volop. Het is zeker dat niet alleen Ingeborg Spanjer-Leiser, maar ook haar man Albert Spanjer de oorlog heeft overleefd. Het is de vierde naam van een persoon op het monument die de oorlog overleefd heeft.

De argumenten op een rij:
  • Het HCKW heeft gegevens dat Albert Spanjer op 14 maart 1945 is aangekomen in Kamp Westerbork. Daar is hij op 9 april 1945 'zonder toestemming' vertrokken.
  • Op 3 juli 1950 wordt 'bij koninklijk besluit' de naturalisatie van Albert Spanjer goedgekeurd. In het Staatsblad wordt dit afgedrukt:


  • Op 13 maart 1974 benoemt de arrondissementsrechtbank in Utrecht Albert Spanjer tot curator en zijn vrouw tot toeziend curator. Ze woonden toen in Utrecht aan de prof. Reinwardtlaan.
  • Een ver familielid laat ons weten dat Albert Spanjer in 1994 is overleden en zijn vrouw Ingeborg in 1996.
  • In het zojuist verschenen standaardwerk van het HCKW 'De 102.000 namen' staat zijn naam niet vermeld als oorlogsslachtoffer.

Conclusies
De gegevens op de website van Joods Monument Utrecht dienen aangepast te worden.

En ik voeg belangrijke vragen toe aan mijn eerdere reactie:

Hoe kan het dat de al lang beschikbare gegevens 
van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork 
over Albert Spanjer niet zijn meegenomen in het gemeentelijke onderzoek?

 Is dit een aanwijzing dat ook het onderzoek zelf slordig is uitgevoerd?


Jim Terlingen, juni 2018

Naschrift: Op 11 juni besteedde AD/UN – RTV Utrecht – Duic - Nu aandacht aan dit bericht en aan deze column.

9 mei

Wat een rotbericht komt er vandaag naar buiten: het monument is eind april besmeurd geweest met bloed en modder. De gemeente heeft het vrijwel direct weggehaald. Er was op 4 mei niets meer van te zien (zie foto in het vorige bericht).

https://nos.nl/artikel/2231069-joods-monument-utrecht-met-bloed-besmeurd.html

4 mei


geïnteresseerden bij het monument rond 13 uur

Op deze bijzondere dag brachten veel mensen een bezoek aan het Joods Monument. Rond 10.30 uur werden er bloemstukken gelegd. 

De Oostkrant schreef gisteren op haar Facebookpagina een berichtje over het Joods Monument. 

14 april

In Brummen worden er namen van een monument gehaald. Zie: https://www.destentor.nl/brummen/namen-van-oorlogsgedenkteken-in-brummen-geschrapt-na-onderzoek~aa4259d8/ 

In Utrecht wordt naar aanleiding van 69 onjuistheden sinds vorige maand verwezen naar een website die - ja, ook die - veel fouten en slordigheden bevat. Deze website is overduidelijk niet in goede handen.

Zie de berichten hieronder voor meer informatie hierover.

27 maart

In Terlingens column van vandaag op de website Nieuws030 verwoordt hij onder andere forse kritiek op de website van het Joods Monument Utrecht.


24 maart

Onafhankelijk van elkaar vertellen twee onderzoekers op de website Nieuws030 hun verhaal over hun ervaringen met Stichting Joods Monument Utrecht. Zij kregen geen antwoorden.

Zie: http://www.nieuws030.nl/reacties/meer-onderzoekers-uiten-kritiek-op-joods-monument/ 

16 maart

Er was vandaag en gisteren veel media-aandacht voor de aanpassing van het Joods Monument, de 69 verbeteringen en het rapport (oa. RTV Utrecht, AD, Duic, Powned en het NOS-Journaal van donderdag 15 maart, 15 uur).

Terlingen zelf schreef een column en een uitgebreide reactie.

14 maart

Het gemeentelijke onderzoek naar de persoonsgevens op het Joods Monument in Utrecht, waartoe burgemeester Van Zanen in mei 2017 heeft besloten, is klaar. Uit het onderzoek blijkt dat er in totaal 69 keer een vermelding niet goed is gegaan op het Joods Monument. Dat is veel, maar aan de andere kant ook weer niet als je de totstandkoming kent van het monument: er is een verouderd namenbestand gebruikt.
Ook is er een bordje geplaatst bij het monument met de tekst:
Over Joodse slachtoffers uit Utrecht worden soms nieuwe feiten bekend.
Op www.joodsmonumentutrecht.nl staan de meest actuele gegevens.
Dat is heel erg smaakvol gedaan. Complimenten aan de gemeente.

Rapport

Het rapport waarin het onderzoek wordt toegelicht, is naar de gemeenteraad gestuurd en staat inmiddels online: In steen gebeiteld. Een onderzoek naar de persoonsgegevens op het Joods Monument Utrecht. Het bestaat uit een beschrijving van het - nauwkeurige - onderzoek en allerlei teksten eromheen (hoe de fouten hebben kunnen ontstaan, hoe de Utrechtse lijst is samengesteld, de ontstaangeschiedenis van het monument, enzovoort).
Tot Terlingens grote spijt en frustratie kreeg hij het rapport pas te zien toen het al definitief was. Dat is dom geweest, want er staan veel onjuistheden en zelfs onwaarheden in. 'Broddelwerk' noemt hij het. Terlingens correcties hadden veel van die onjuistheden en onwaarheden die in de teksten staan, kunnen wegnemen. Hij heeft meermaals zijn hulp aangeboden, maar hoorde daar steeds niets op. Vermoedelijk vond men hem te lastig.
Naar zijn oordeel is het huidige rapport echt onder de maat. Zie deze pagina waar mijn uitgebreide, gedetailleerde reactie staat op het gemeentelijke rapport en oordeel zelf.


de brief van Van Zanen

10 maart

Vorig jaar was er in de media volop aandacht voor 'fouten op oorlogsmonumenten', aangezwengeld door een groep mede-onderzoekers zoals Ludmila van Santen, Richard van de Velde, Teunis Schuurman, Harry Broekman en Jim Terlingen.

In een artikel in de Volkskrant kregen zij de geuzennaam 'luizen in de pels' omdat hun gedegen veldwerk fouten en oneffenheden aan het licht brengt in het werk van de gevestigde herdenkingsorganisaties.

Een 'delegatie' van deze groep heeft het afgelopen jaar een dikke pleitnota geschreven en gesprekken gevoerd met de diverse organisaties en instanties. Het eerste positieve resultaat is een feit: het Nationaal Comité 4 en 5 mei roept gemeenten en organisaties op meer samen te werken, ook met praktijkonderzoekers, en databases samen te voegen om fouten te voorkomen of te herstellen.

In het NC-magazine, een halfjaarlijkse publicatie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, komt eind maart dit artikel te staan:

7 maart

Het is nu maart 2018.
Twee jaar geleden, in maart 2016, kwam in het AD naar buiten dat er veel (naam-)fouten staan op het Joods Monument, dat vijf maanden daarvoor in Utrecht was geplaatst.

8 februari

Vandaag is in Tienhoven in de aanwezigheid van de Pools-Joodse architect Daniel Libeskind een prototype getoond van het Holocaust Namenmonument. Hierop staan fictieve namen. Voor de uiteindelijke versie, die dit jaar in Amsterdam wordt geplaatst, worden alle namen van Nederlandse Holocaust-slachtoffers in bakstenen gelaserd.

Zie ook: dit nos-artikel.

Het Holocaust Namenmonument gaat gebruik maken van het monumentale boek De 102.000 Namen dat op 26 januari is gepresenteerd in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Onder leiding van onderzoeker José Martin is hard gewerkt aan de meer dan 2100 pagina's, met de namen van alle uit Nederland weggevoerde en vermoorde Joden, Sinti en Roma.

Terlingen is verheugd dat een grote groep betrokken mensen hard heeft gewerkt aan de lijst met namen. Hij pleitte in 2016 daarvoor in een opiniestuk dat verscheen op de website van de Volkskrant. "Ik hoop echt dat de namenlijst nu zo goed als foutloos is, zeker nu het Holocaust Namenmonument de namen gaat vereeuwigen. Maar ik blijf wat huiverig", aldus de Utrechter.


De 102.000 Namen is een uitgave van Boom Uitgevers Amsterdam en kost €75,00. Het boek is te bestellen op www.kampwesterbork.nl

23 oktober 2017

Terlingen heeft een column geschreven over de laatste stand van zaken rondom de fouten op het Joods Monument: http://www.nieuws030.nl/columns/terlingen-joods-monument-update/

1 september

Een bericht waarvan de initiatiefnemers in Utrecht wat van kunnen leren:

In de Surinaamse hoofdstad Paramaribo is een fout hersteld op het Holocaust-monument dat daar begin 2016 is onthuld.

Een kleinzoon van Henry René Gustave de la Parra (1881-1941), die in een ziekenhuis in Rotterdam is gestorven, maakte de initiatiefnemers van het monument onlangs erop attent dat de vermelding van de naam van zijn grootvader op het monument onterecht is.

De Surinaamse organisatie pakte het meteen serieus op en heeft de naam verwijderd.

de naam van Henry René de la Parra is verwijderd

De namen van de vrouw van Henry, Judith Samson, en twee van zijn zoons (Marinus en Herman) staan wel terecht op het monument.

Meer over het monument in dit Engelstalige artikel uit 2016.

7 juli

In sommige edities van het AD/Utrechts Nieuwsblad van vandaag staat een lezersreactie van de heer dr. mr. H.S. Koelega op het opiniestuk dat Terlingen op 24 juni in deze krant schreef. Koelega heeft voor Universiteit Utrecht belangrijk onderzoek gedaan naar omgekomen studenten en medewerkers in de oorlogsjaren en is daarvoor in 2011 geëerd met de hoogste onderscheiding van de universiteit. Hij kreeg daarvoor in 2013 tevens een koninklijke onderscheiding.

In zijn brief, waarboven het AD de kop heeft gezet 'Ik trok aan de bel, maar er is niets mee gedaan', schrijft hij onder andere:

Tenzij er alsnog een duidelijk verklaring komt inzake de omissies moet ik concluderen dat er slecht, althans ontoereikend, onderzoek is verricht. Dat zou een blamage voor de stad zijn. Ter lering pleit ik voor een onafhankelijk onderzoek naar hoe het kan dat zoveel door Terlingen gevonden fouten terecht konden komen op het monument.



Op 13 mei jongstleden nam Koelega al contact op met Terlingen en kunt u op deze website hierover het een en ander lezen.

Journalistieke interesse?
Op deze website staat een reconstructie van hoe de vork volgens hem in de steek zit, oftewel: hoe het kan dat het monument zoveel fouten bevat? In de publiciteit is hierover nog niet amper iets verschenen. Misschien iets voor een gedreven journalist om zich erin te verdiepen?

Bestuur
Indien er een onderzoek komt, zoals Koelega wenst, is het wellicht handig om te weten welke mensen in het bestuur zaten die het monument hebben gerealiseerd. Hulde voor al het werk dat zij hebben verricht en voor het feit dat het gelukt is om het monument te realiseren. Ze zijn er echter helaas ook verantwoordelijk voor dat het monument flink wat fouten bevat en hebben zichzelf op 1 mei 2016 opgeheven, op dat moment wetende dat deze fouten op het monument stonden.
  • de heer Wim Rietkerk (1941, oud-raadslid Christenunie in Utrecht)
  • de heer Maarten van Ditmarsch (1946, oud-fractievoorzitter CDA in Utrecht)
  • de heer Gerrit Keunen (1947, rijksdienst voor de Monumentenzorg)
  • de heer Paul Jaeger (1958, vertaler, Messiaanse gemeente Amersfoort)
Een in dit geval niet relevant, maar toch opvallend detail: wat deze heren gemeen hebben is hun christelijke identiteit. Zeker drie van hen zijn actief (geweest) voor de stichting Christenen voor Israel.

2 juli


In de boekhandel ligt het recent verschenen boek 'Mij krijgen ze niet levend - de zelfmoorden van mei 1940' van Lucas Ligtenberg. Daarin staat onder andere het verhaal van de arts Eduard van Lier, zijn echtgenote Gerarda Guldensteeden Egeling, zijn zoon Cornelis (Kees) van Lier en diens echtgenote Bernardina Daamen. Zij pleegden met zijn vieren zelfmoord op 14 mei 1940 in een kamer in Haarlem. Dat was de dag dat Rotterdam gebombardeerd werd.

Ze woonden allen in Utrecht, op Biltstraat 111. Zoon Kees van Lier - natuurkundige, wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Utrecht - was gemobiliseerd als militair. Hij maakte deel uit van het korps Motordienst.

Kees van Lier was een directe neef van twee vrouwen die in de oorlog verzetshelden zijn geworden: Trui van Lier (1914-2002, crèche Kindjeshaven) en Truus van Lier (1921-1943, die Utrechtse NSB-hoofdcommissaris van politie G.J. Kerlen doodschoot). Ze waren onderling nichten.

Joods of niet-joods
De vaders van Kees, Trui en Truus waren broers. Ze waren joods, maar doordat ze alledrie trouwden met een niet-joodse vrouw, maakte dat Kees, Trui en Truus dus niet-Joods. Hun gezamenlijke opa was 'meester' Lambertus van Lier en hun oma Geertruida Kronenberg.

Vader Eduard van Lier op het monument, de zoon niet - beiden pleegden zelfmoord

Vader Eduard staat vermeld op het Joods Monument in Utrecht; zijn zoon Kees niet. Zijn moeder was niet joods, dus dat is strikt genomen correct. Maar toch is Kees van Lier is wel opgenomen op het Digitaal Joods Monument. Ook Truus van Lier is als joods oorlogsslachtoffer opgenomen op het Digitaal Joods Monument.

(Wederom veel dank aan de heer Koelega)

27 juni

Op verzoek van het AD schreef Terlingen een stuk voor de opiniepagina van zaterdag 24 juni. Hij trok daarin lessen uit het lange proces dat uiteindelijk - onlangs - heeft geleid tot het besluit dat er een onderzoek komt naar de namen op het Joods Monument.

Op de site van het AD staat het hele stuk dat hij inleverde.
In de fysieke krant is zijn verhaal lichtelijk ingedikt:


Columniste Lisanne van Sadelhoff schreef drie dagen later (27 juni) deze column.

15 juni

De zussen Catharina Helmina Koperberg en Ella Julie Koperberg staan onder elkaar vermeld op het monument. Ze zijn op dezelfde dag in Sobibor omgekomen, op 14 mei 1943.

Echter op het monument staat bij Ella Julie Koperberg als sterfdatum 14 mei 1942. Wat ook verkeerd is gegaan: er staat Elia in plaats van Ella. Twee fouten op één regel.

de 30e en 31e fout op het monument

Dit jaar zijn op 15 februari op het laatste adres van Catharina (Kittie) en Ella (Elly) twee Stolpersteine gelegd: bij Domstraat 9 bis. Op de steentjes zijn gelukkig geen fouten gemaakt.

foto: Arjan Vrieze (Traces of War)

(De sterfdatumfout werd aan mij doorgegeven door de heer Koelega. Veel dank daarvoor.)

14 juni

Uit een mailwisseling met het bestuur van het Holocaust Namenmonument maak ik op dat de volledig gecorrigeerde lijst met namen die op het monument in Amsterdam gaan komen, pas op de site komen als de namen op het monument gezet gaan worden.

Het spijt me om weer kritisch te moeten zijn, maar ik kan dat niet anders kwalificeren dan ‘dom’. Zo is er geen mogelijkheid voor buitenstaanders (nabestaanden en amateur-historici) om er nauwkeurig naar te kijken. Het is vragen om fouten.

De huidige lijst die op de site van het Holocaust Namenmonument staat, bevat aantoonbaar fouten (zie ook eerdere berichten op deze site).

13 juni (1)

Er komt een onderzoek naar alle 1239 namen op het Joods Monument in Utrecht. De uitkomsten ervan zullen worden gepubliceerd op de officiële website van het monument. Bij het monument in Utrecht komt een bordje met een verwijzing naar de correcte informatie op de website. Dat is de uitkomst van gesprekken die de Utrechtse burgemeester Van Zanen de laatste maanden achter de schermen met betrokkenen heeft gevoerd.

Zie ook: de nieuwsberichten op RTV Utrecht (bericht 1)RTV Utrecht (bericht 2) en RTV Utrecht (video), DUIC, NU.nl en AD

Terlingen schreef zelf vandaag dit achtergrond-verhaal op Nieuws030


13 juni (2)

Op de website van het joods monument staat prominent bovenaan "de 1239 Joodse slachtoffers uit Utrecht". Dit aantal slaat op het aantal namen op de muur van het monument. Er zijn meerdere redenen om dit getal los te laten. Als eerste, natuurlijk, wegens de onterechte vermeldingen op de muur (zoals de mensen die de oorlog overleefd hebben).

Verder is het niet duidelijk wat iemand een 'Utrechter' maakt en wat iemand een 'slachtoffer'. Waren op kamers wonende joodse studenten ook 'Utrechters'? Is elk joods persoon die tijdens de oorlog stierf een slachtoffer? Ook bijvoorbeeld iemand die in 1940 zelfmoord pleegde? Er zijn van elke categorie voorbeelden te vinden van mensen die wél en mensen die niet opgenomen zijn.

De stichting die het monument heeft gemaakt is - naar alle waarschijnlijkheid - 'blind' afgegaan op een lijst met namen die zij heeft ontvangen (zie ook: de reconstructie in het bericht van 13 mei 2017).

Het verklarende plakkaat op de namenmuur op de avond van de onthulling in 2015 (foto: JT)

19 mei (1)

De hoogleraar geneeskunde Abraham Albert Hijmans van den Bergh (1869-1943) stierf op 73-jarige leeftijd in het huis van zijn leerling en opvolger in Utrecht, Cornelis Douwe de Langen. Of dit een natuurlijke dood is geweest of dat er sprake was van een suïcide, is niet geheel duidelijk. Er valt daarom over te discussiëren of zijn vermelding op het Joods Monument in Utrecht terecht is.

Op het oorlogsmonument van de Universiteit Utrecht in het Academiegebouw aan het Domplein staat hij - sinds 2011- vermeld. Een commissie, bestaande uit vier hoogleraren - waaronder de voormalige directeur van het NIOD, prof. Blom - besloot zijn naam op te nemen omdat "zijn overlijden verhaast was door de omstandigheden waarin hij door de bezetting terecht was gekomen".

Naam
Op het Joods Monument in Utrecht staat de naam 'Abraham Albert Hijmans', dus zonder 'van den Bergh'. Dat is overeenkomstig met de gegevens die op de officiële overlijdensakte staan. Echter, hij had zijn achternaam in 1929 veranderd. Hij voegde toen de naam van zijn moeder toe.

'Hijmans' op het Joods Monument in Utrecht

Het is vreemd dat op het monument gekozen is voor 'Hijmans'. Belangrijke instanties maakten andere keuzes. In Utrecht is onder andere een straat naar hem genoemd (Hijmans van den Berghlaan) en een gebouw (A.A. Hijmans van den Berghgebouw). In het Academiegebouw staat 'A.A. Hijmans van den Bergh' op het oorlogsmonument en op het Digitaal Joods Monument staat 'Abraham Albert Hijmans van den Bergh'.

'Hijmans van den Bergh' op het oorlogsmonument in het Academiegebouw

(met grote dank aan de heer Koelega)

19 mei (2)

Mozes Onderwijzer (1893-1943) en zijn vrouw Melanie Margaretha Onderwijzer-Lang (1898-1943) woonden in het deel van Maartensdijk dat tegenwoordig bij Utrecht hoort. Ze staan daarom op het Joods Monument in Utrecht vermeld.

Hun oudste dochter, Gesina Renée, was verstandelijk beperkt en is eind jaren dertig (?) naar de joods-psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bos gebracht. Vanuit deze instelling is zij in 1943 samen met 1095 andere inwoners en verpleegkundigen naar Auschwitz weggevoerd en daar vermoord.

Ik weet het antwoord op de vraag nu zelf niet, maar ik stel hem wel: hoort de naam van Gesina niet onder die van haar ouders te staan op het Joods Monument in Utrecht? Is daar in Utrecht bij het maken van het monument door iemand over nagedacht? Het antwoord is, vrees ik, 'nee'.

PS. Mozes - ook wel: Maurits - Onderwijzer was een zoon van de rabbijn Abraham Samson Onderwijzer (lees hier meer: site dutchjewry.org).

Abraham Samson Onderwijzer (1862-1934)

13 mei

De heer dr. mr. H.S. Koelega, die voor Universiteit Utrecht belangrijk onderzoek heeft gedaan naar omgekomen studenten en medewerkers in de oorlogsjaren (en daarvoor in 2011 is geëerd met de hoogste onderscheiding van de universiteit en in 2013 een koninklijke onderscheiding kreeg), heeft Terlingen naar aanleiding van zijn media-optredens benaderd met meerdere voorbeelden van inconsistenties in de namenlijst op het Utrechtse monument.

Hij heeft deze gegevens in 2015 nog voor het onthullen van het monument doorgegeven aan de stichting die het monument heeft geregeld. Hij kreeg daar helaas geen inhoudelijk antwoord op. De komende tijd zal Terlingen deze gegevens checken en publiceren.

De heer Koelega uitte de logische veronderstelling dat men vast jarenlang serieus bezig is geweest met onderzoek naar de Utrechtse namen. In zijn reactie schreef Terlingen hem een mail, met hoe volgens hem de vork in de steel zit. Voor bezoekers van deze site is het volgende fragment uit de mail misschien interessant:

(...)

Hetgeen u schrijft - dat er ongetwijfeld personen zijn "die jarenlang serieus bezig zijn geweest de Utrechtse namen uit te zoeken" - is naar mijn beste inschatting niet gebeurd. Het comité heeft zelf geen onderzoek gedaan en is afgegaan op een lijst van mevrouw Hankes, die de website Joods Digitaal Monument Utrecht beheert. Zij heeft in 2007 een bestand met namen gekregen van het Joods Historisch Museum en heeft deze op haar website gezet. Deze gegevens zijn sindsdien nauwelijks aangepast. Haar site (jdmu.nl) was - en is - niet op online bezoekersreacties ingericht. 

Het Joods Historisch Museum zette haar gegevens rond die tijd ook online: op de landelijke site Digitaal Joods Monument (tegenwoordig Joods Monument). Op deze site kunnen bezoekers wel wijzigingen aanbrengen. Door bezoekersmeldingen en eigen onderzoek van medewerkers zijn daar heel veel aanpassingen gedaan. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag. Ook u heeft daar namen aangedragen, lees ik. Veruit de meeste fouten die ik ben tegengekomen op het Utrechtse monument, komen niet meer voor op de site van het (Digitaal) Joods Monument.

Als nauwkeurig onderzoeker van de Utrechtse universitaire wereld in de oorlogsjaren zult u waarschijnlijk, net als ik, verbijsterd zijn over het feit dat er geen eigen onderzoek is gedaan. Tien minuten googelen had al volstaan om te ontdekken dat de lijst fouten bevatte. Het duidt mijns inziens helaas op amateurisme. Maar het gaat wel om een zeer gevoelig onderwerp en een monument van 180.000 euro. Daar droegen overigens onder meer de gemeente Utrecht en de Nederlandse Spoorwegen aan bij. Ook was het mogelijk voor 'gewone mensen' om een naam te adopteren voor vijftig euro.

Voorzitter Wim Rietkerk van de Stichting Joods Monument zei in 2016 in het AD na de eerste melding van fouten: "De lijst met namen is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld en gecontroleerd". Dit verdient m.i. de kwalificatie 'gotspe'.

(...)

11 mei

Enspijk (Geldermalsen):

Collega-amateurhistoricus Richard van de Velde uit Beusichem heeft een onthullend artikel geschreven voor Nieuwsblad Geldermalsen dat vandaag is verschenen. Hij haalde begin vorige week al de landelijke pers met zijn ontdekking dat het oorlogsmonument in Enspijk op een van de plaquettes de naam van een SS’er had staan.

Het artikel in het Nieuwsblad Geldermalsen

In het artikel van vandaag meldt hij veel meer onvolkomenheden. Op het monument staan abusievelijk twee namen van omgekomen joodse zussen: Else Moser-Liebenfeld (geb. 24 februari 1874) en Meta Kan-Liebenfeld (geb. 26 maart 1875). De zussen waren al ver voor de oorlog naar Haarlem verhuisd. Beiden zijn in april 1943 in Sobibor omgebracht.

Op het monument zouden mensen moeten staan die op het moment van overlijden inwoner waren van de gemeente Geldermalsen of van de voormalige gemeenten Beesd, Buurmalsen, Deil of Geldermalsen. Uit onderzoek van Van de Velde blijkt dat minstens 22 personen hieraan niet voldoen. Ook zijn er naamfouten gemaakt:  E. Berg moet zijn E. van den Berg, L.T. Brus moet zijn L.L. Brus en H.J. Versteeg moet zijn H.J. Versteegh.

Van de Velde vindt het nóg triester dat meerdere namen van oorlogsslachtoffers ontbreken. De meest in het oog lopende zijn: G. van Iterson uit Meteren en A. de Gram, T. Kruissen en C. de Bruin uit Geldermalsen.

Onthulling
In 1950 onthulde de toenmalige burgemeester Kolff het monument ter herinnering aan de oorlogsslachtoffers. Op het monument, met daarop een jongensfiguur van beeldhouwer Pieter Starreveld, staan tien namen van in WOII omgekomen inwoners uit de toenmalige gemeente Deil.

In 2003 benaderden lokale oud-Indiëgangers het gemeentebestuur (inmiddels heette de gemeente Geldermalsen) met het verzoek tot de oprichting van een gedenkteken voor hun gesneuvelde kameraden. Het verzoek vond gehoor. Het college koos voor een bredere aanpak, waarbij op het monument niet alleen gesneuvelde oud-Indiëgangers werden herdacht, maar ook in de oorlog omgekomen burgers, leden van het verzet, militairen, krijgsgevangenen, dwangarbeiders en eventueel militairen die in de nabije toekomst zouden sneuvelen tijdens VN-vredesmissies.

"Onder leiding van een streekarchivaris heeft uitvoerig onderzoek plaatsgevonden. Daarbij is niet alleen gebruik gemaakt van kennis en adviezen van het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie, de Oorlogsgravenstichting en andere instanties, maar vooral ook van de nog aanwezige kennis van lokale amateurhistorici en inwoners", staat te lezen op de website Enspijk.info, betreffende dit gedenkteken. In 2008 is het monument uiteindelijk uitgebreid.

10 mei

Terlingen vindt dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei een les moet trekken uit de nieuwsverhalen van de laatste tijd over monumenten-fouten. Hij heeft dit advies:

Maak een handboek met de titel 'Waaraan te denken als je een oorlogsmonument wilt maken’ en/of vorm een adviesorgaan dat bedoeld is voor (overheids)instanties die een oorlogsmonument willen oprichten.

Daarin hoort het sterke advies, indien het gaat om een namenmonument, dat er een externe deskundige (die niet betrokken is bij de aanlevering van de namen) als controleur aan de slag gaat als namenchecker.

Samen met andere ervaren (amateur-)onderzoekers is hij meer dan bereid om als zodanig op te treden.

7 mei

Na alle media-aandacht van de laatste dagen, nu - in afwachting van het vervolggesprek met de gemeente Utrecht, eind deze maand - weer verder met het onderzoek naar de namen op het Joods Monument in Utrecht.

Ai, wederom een verkeerde naam/spelling. Het is de 28e fout in Utrecht.

Gretel Nussbaum staat ten onrechte op het Utrechtse monument als 'Gretel Straus-Nussbaum'.

De 20-jarige Gretel Nussbaum in een Duits modeblad (1931) 

Waarom is de vermelding op het monument onjuist?
Ten eerste: de man waarmee ze in 1935 trouwt, heet Stefan Strauss, met twee S'en.
Ten tweede: ze scheidt in 1938 van hem.

Hier de annonces van het huwelijk.



Ze vluchtten in november van datzelfde jaar naar Nederland.
De enkele S is wel te verklaren. In de Nederlandse administratie viel er een S weg bij 'Strauss'. Het werd hier 'Straus'.


Op 16 december 1938 scheidt het stel in Den Haag. Zie de verandering van de H (van Huwelijk) in S (van Scheiding) op de persoonskaart hierboven. Ze heet vanaf dat moment dus weer Gretel Nussbaum.

In juni 1941 woont Gretel met haar zoontje Hans Joachim en haar ouders in het deel van Maartensdijk dat tegenwoordig deel uitmaakt van Utrecht. Ze komen allevier in 1944 om in Auschwitz.

In Keulen is voor Gretel in 2016 een struikelsteen geplaatst op de Spichernstrasse. 


In het bestand van het in 2018 in Amsterdam te verschijnen Holocaust Namenmonument komt de naam van Gretel Nussbaum voor. Haar naam is als zodanig te adopteren. Maar... óók de verkeerde naam 'Gretel Straus-Nussbaum'. Ze staat er dus twee keer in, één keer goed en één keer verkeerd. Wederom een aanwijzing dat het bestand van het Namenmonument niet accuraat is.


PS. De secretaris van het Holocaust Namenmonument stuurde me een reactie op het bovenstaande. Ze schrijft me dat gerenommeerde instanties (Herinneringscentrum Westerbork, Oorlogsgravenstichting en Joods Monument) nog bezig zijn met een onderzoek naar de namen en dat de database daarom nog niet accuraat is.

Vervolgens meldt ze dat het Holocaust Namenmonument totaal niet te zitten te wachten op mijn mailtjes met verbeteringen en commentaren. Ze gaan alleen af op professionele instellingen. Ze sluit af met de opmerking dat ze geheel achter de woorden van haar voorzitter staat.

Positief vind ik dat er nauw wordt samengewerkt door de instanties. Deze zinnen erna zijn echter zeer teleurstellend. Voorzitter Grishaver had het twee weken geleden in dezelfde krant over 'die lastige Terlingen'. Jammer, onnodig en slecht voor het Namenmonument, deze houding.

6 mei

In de Volkskrant staat deze zaterdag een artikel over amateurhistorici die 'luizen in de pels zijn van de beroepsherdenkers'. Daarin ook portretten van twee van hen, Ludmilla van Santen en Jim Terlingen (de man achter deze blog).

Hopelijk draagt het artikel bij tot een nauwkeurigere omgang met het laatste dat soms nog bestaat van joodse slachtoffers, hun namen.

5 mei

Helaas is de informatie op de website van het nationaal comité 4 en 5 mei over de fouten op het monument in Utrecht verouderd. Deze lijkt afkomstig van de eerste publicatie in de pers in maart 2016. Daarna zijn vele publicaties gevolgd en was - en is - alles steeds te lezen op deze website.

4 mei

4 mei gaat over gedenken en herdenken en niet over fouten op monumenten. Ik ben daarom blij dat ik vandaag mee mocht doen aan de Open Joodse Huizen-route in Utrecht om twee keer te vertellen over Louis Trompetter, een joodse bewoner en winkelier aan de Vismarkt in Utrecht. Aan de hand van archiefmateriaal en enkele persoonlijke verhalen ontstond toch een bijzonder beeld van de man. Heel vriendelijk en meelevend publiek gehad!



3 mei

In deze erg mooie special van de Volkskrant wordt benadrukt hoe belangrijk het is om de namenlijsten goed te checken (en hoe Herinneringscentrum Westerbork dat nauwkeurig doet).


2 mei (2)

Enspijk (Geldermalsen):

De Volkskrant publiceert vandaag als eerste landelijke medium het nieuws dat er een Nederlandse SS'er op het oorlogsmonument in het dorp Enspijk (gemeente Geldermalsen) staat.

Door de bemoeienis van de verslaggever zegt de burgemeester in de kwaliteitskrant toe dat de naam nog voor de dodenherdenking op 4 mei zal worden verwijderd.

Reeds vier jaar geleden is de aanwezigheid van de SS'er op het monument door de ontdekker van de fout doorgegeven aan de gemeente.


Twee dagen geleden, op 30 april, verscheen een bericht over 'Geldermalsen (Enspijk)' ook op deze website - zie hieronder.

2 mei (1)

Zeist:

In het boekje 'Schaduw over Zonneschijn'  - over de oorlogstijd in het kindertehuis Zonneschijn in Zeist - wordt onthuld dat het voorkomen van de naam van een joods meisje op het oorlogsmonument 'Niet weer, nooit meer – weggehaald en vermoord' in feite onterecht is. Zie: http://zonneschijnzeist.blogspot.nl/

1 mei

Den Haag:

In januari 2017 is de naam van een marechaussee van de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 gehaald. Dat is een nationaal monument in Den Haag met 18.000 namen van militairen en verzetsmensen die in de strijd tegen de Duitse en Japanse bezetter gestorven zijn.

De naam van de man is formeel weggehaald, want het papier is te kwetsbaar om zijn naam echt door te halen. Hij bleek een landverrader te zijn geweest die voor de Duitse politie- en inlichtingendienst SD jacht maakte op Joden, verzetsstrijders en onderduikers. Zeker drie slachtoffers hebben dat niet overleefd, waarschijnlijk zijn het er meer geweest.

Een onderzoeker zegt dat hij op de digitale variant van de lijst meer dan honderd correcties heeft laten aanbrengen. Dat varieert van spelfouten en verkeerde jaartallen tot meerdere vermeldingen van dezelfde persoon, maar met de naam steeds anders geschreven.

Bron: http://nos.nl/artikel/2171004-collaborateur-van-erelijst-van-gevallenen-gehaald.html

30 april (1)

Enspijk (Geldermalsen):

Op het oorlogsmonument van de gemeente Geldermalsen prijkt een naam van een SS’er. De gemeente is hierover vier jaar geleden ingelicht, maar zij heeft tot nu toe de naam niet verwijderd.

De Beusichemse docent Richard van de Velde heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorlogsperiode in West-Betuwe en hij komt tot het onomstotelijke bewijs dat Barend van Doorn (Meteren, 22-10-1924 - overlijdensplaats en -datum onbekend) in dienst was van de SS en in die hoedanigheid aan het Oostfront nabij Rusland is overleden. Zijn plek op het oorlogsmonument is daarom onterecht. Dit heeft hij in 2013 doorgegeven aan de gemeente Geldermalsen.


Hij schreef er ook over op de site http://www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl/gesn.-in-duitse-dienst.html

De Deutsche Dienststelle, die informatie geeft over slachtoffers binnen het Duitse leger, heeft tegenover Van de Velde bevestigd dat Van Doorn een SS’er was.


Het monument voor de gemeente Geldermalsen staat in deel-dorp Enspijk. In 1950 was het nog alleen een bronzen beeld van een mannenfiguur op een witte zuil. Later kwamen er op een muurtje erachter plaquettes bij met meer namen.

30 april (2)

Westerbork:

Gisteren verschenen heel interessante stukken in de Volkskrant. Westerbork heeft ontdekt dat er veel fouten zitten de eigen administratie, ontstaan door de chaotische na-oorlogse periode. Ze zijn bezig met diepgravend onderzoek om de boel te corrigeren. Heel erg goed.

Westerbork-directeur Dirk Mulder zegt dat het van groot belang is dat alle fouten, hoe klein ook, worden hersteld. 'Ieder mens heeft er recht op om op een correcte manier in geschreven of gesproken woord te blijven voortleven.'

Het proces in Utrecht duurt inmiddels al eventjes (meer dan een jaar), maar de verantwoordelijken lijken daar nu met betrekking tot het Joodse Monument hetzelfde standpunt in te gaan nemen. Ik hoop het zo.

29 april

Deze zaterdagochtend (29/4) besteedde het bekende Radio 1-programma de Nieuwsshow (AVRO/TROS) aandacht aan het voorkomen van fouten op oorlogsmonumenten.

Terlingen werd in het programma gevraagd, gezien zijn ervaring in het Utrechtse, zijn licht erop te laten schijnen. Na te luisteren op:
https://www.nporadio1.nl/nieuwsshow/onderwerpen/406354-foute-namen-op-oorlogsmonumenten


24 april

Dit bericht heeft slechts zijdelings met het Joods Monument te maken:

Terlingen schreef een artikeltje over de aanstaande Open Joodse Huizen-route in Utrecht:
http://www.nieuws030.nl/nieuws/na-75-jaar-terug-op-de-locatie-van-kindjeshaven/


20 april

In de Volkskrant staat vandaag een artikel naar aanleiding van de pijnlijke fouten op het monument in Leidschendam-Voorburg. Daarin wordt het monument in Utrecht ook genoemd en komt Terlingen ruim aan het woord.

Artikel in de Volkskrant van 20 april 2017

19 april

Leidschendam-Voorburg:

Leidschendam-Voorburg blijkt al jaren enkele SS'ers te gedenken als slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog. Onderzoek van de plaatselijke historische vereniging toont aan dat op een gedenkteken ook de namen staan van drie mannen die aan de Duitse zijde meevochten.

De gemeente verwijdert de namen voor de jaarlijkse herdenking op 4 mei, meldt Omroep West. Ook de naam van een vierde man wordt weggehaald. Uit het onderzoek blijkt dat hij een zwarthandelaar was die werd gedood in gevecht met het verzet.

De makers van het monument baseerden zich tien jaar geleden op het gemeentelijk bevolkingsregister uit de oorlog. Omgekomen inwoners van Leidschendam en Voorburg kwamen op het gedenkteken. Daarbij werd geen nader onderzoek gedaan.

Burgemeester Tigelaar van Leidschendam-Voorburg zegt enorme waardering te hebben voor het onderzoek van Historische Vereniging Voorburg. "Ere wie ere toekomt". Een gespecialiseerd bedrijf gaat de foute namen weghalen. Verder wordt een aantal namen toegevoegd, worden verkeerd gespelde namen aangepast en worden onjuiste jaartallen hersteld.

Bron: http://nos.nl/artikel/2169028-namen-ss-ers-op-oorlogsmonument-leidschendam-voorburg.html

22 februari

Dit bericht heeft slechts zijdelings met het Joods Monument te maken:

Terlingen gaat dit jaar meedoen aan de Open Joodse Huizen Route in Utrecht, die in deze stad voor de derde keer wordt gehouden. De datum: donderdag 4 mei.

Hij heeft twee jaar geleden tijdens de OJH bijeenkomsten op Vismarkt 9 georganiseerd over de daar ooit gevestigde joodse slagerij Keizer. Dit keer worden het bijeenkomsten op Vismarkt 17, om 12 uur en om 14 uur, over de joodse winkelier Louis Trompetter.


PS. Bij het vorige stukje is een artikel toegevoegd dat vandaag verscheen.

17 februari

Vandaag twee berichten die zijdelings gaan over de fouten op het Joodse Monument in Utrecht (achter de schermen wordt hier nog steeds naar gekeken). De eerste gaat over het aanstaande Holocaust Namenmonument dat in 2018 in Amsterdam zal verrijzen.

Vanuit zijn Utrechtse ervaring heeft Terlingen zich al eens over dit monument geuit in een opiniestuk in de Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/opinie/check-namen-van-oorlogsslachtoffers-voordat-ze-worden-vereeuwigd~a4395837/ 


Jehova's
Onlangs zocht geschiedenis-onderzoeker Richard van de Velde uit Beusichem in het bestand van het Namenmonument de naam van een in Auschwitz omgekomen streekgenoot op om deze te adopteren (dat kan namelijk). Tot zijn ontsteltenis stond de naam van de vrouw er niet op. De reden werd hem duidelijk toen hij er bij de organisatie ernaar vroeg: ze was een Jehova’s Getuige en daarvoor was het monument niet bedoeld, zei men. "Op onze website www.holocaustnamenmonument.nl staat onze doelstelling beschreven en daar vallen alleen de joodse slachtoffers onder en de Roma en Sinti."

Dat lijkt strijdig met zinnen die ook op de site staan: In Amsterdam zal een monument verrijzen met alle namen van de Nederlandse Holocaust-slachtoffers die geen graf hebben. Even verderop staat bij het kopje ‘massavernietiging’: Tussen 1933 en 1945 zijn naar schatting 6 miljoen Joden, honderdduizenden Sinti en Roma, homoseksuelen, gehandicapten, Jehova's Getuigen en andere vervolgden omgebracht door de nazi’s.

Van de Velde hoopt dit dit alsnog wordt rechtgezet: "Bovenaan hun website staat: In Nederland is geen monument met de namen van alle Nederlandse slachtoffers van de Holocaust. Dat klopt helemaal, want die komt er tot mijn teleurstelling nu nog steeds niet!"

Artikeltje in NRC Next (22-2-2017)


Stapf
Een pijnlijk voorbeeld van een namenfout kwam deze week aan het licht.
Zie dit bericht uit het NRC (16-2-2016):

Op de herdenkingswand van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, van in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerde en vermoorde Joden, staat per abuis ook de naam van een Duitse nazi. Het gaat om Franz Stapf, een in de jaren dertig naar Nederland gemigreerde Duitser die een fotopersbureau had – en tijdens de bezetting een nazi-uniform aantrok.

In 1941 was Stapf naar het Oostfront vertrokken, in 1943 keerde hij tijdelijk gewond terug, om daarna weer naar het oostfront te gaan. Stapf was onder andere handelsagent voor de foto's van Heinrich Hoffmann, de huisfotograaf van Adolf Hitler. Hij maakte ook foto's voor een antisemistische brochure, die deur aan deur werd verspreid.

Dit blijkt uit onderzoek van René Kok en Erik Somers van het NIOD, het instituut voor oorlogs- en holocauststudies. Deze donderdag verschijnt hun boek 'Stad in oorlog- Amsterdam 1940-1945'. Bij research naar foto’s voor dat boek stuitten ze op Stapf.

Het is de eerste keer dat er een verkeerde naam is ontdekt op de herdenkingsmuur in de Hollandsche Schouwburg. Wel was tweemaal eerder sprake van foutieve spelling en werd de oorspronkelijke achternaam hersteld van een Joodse vrouw die door haar niet-Joodse schoonfamilie was verraden.

Volgens conservator Annemiek Grinswold van het Joods Cultureel Kwartier zijn de namen op de herdenkingswand in de jaren zestig op grond van gemeentelijke administratie samengesteld. Bij de naam Stapf stond 'naar Duitsland vertrokken'. Dat stond ook bij Joden die waren gedeporteerd. ' 'Pijnlijk', vindt Gringold. De naam Stapf is inmiddels afgeplakt en zal worden verwijderd.