In 2018 zei Terlingen: "Ik ben blij met het bordje en het beheer door het JCK. Na twee jaar trekken en duwen van mijn kant is hiermee eindelijk een oplossing gekomen voor de noodzakelijke correcties van de gegevens. Zorgvuldig beheer van de correcties doet recht aan de intentie van het monument", aldus Terlingen. "Eindelijk zijn de gegevens nu in goede handen en is mijn ‘strijd’ voorbij. Met overwinning na overwinning, maar ook met illusies armer."
Kanttekeningen bij het Joods Monument in Utrecht
En ook andere relevante berichten over joods Utrecht
In 2018 zei Terlingen: "Ik ben blij met het bordje en het beheer door het JCK. Na twee jaar trekken en duwen van mijn kant is hiermee eindelijk een oplossing gekomen voor de noodzakelijke correcties van de gegevens. Zorgvuldig beheer van de correcties doet recht aan de intentie van het monument", aldus Terlingen. "Eindelijk zijn de gegevens nu in goede handen en is mijn ‘strijd’ voorbij. Met overwinning na overwinning, maar ook met illusies armer."
31 maart 2025
Het aantal correcties op het in oktober 2015 onthulde Joods Monument bij het Spoorwegmuseum is de afgelopen week over de honderd gegaan.
Zie: https://www.nieuws030.nl/nieuws/aantal-correcties-op-gegevens-joods-munument-nu-over-de-100/
2 april 2023
18 november 2021
De tijd schrijdt voort. Naar nu blijkt, is de man die de twijfelachtige eer had in 2015 in leven te zijn toen zijn naam verscheen op de namenmuur van het zojuist onthulde Joods Monument in Utrecht vorig jaar in de Verenigde Staten overleden.
Bert Halpern is 94 jaar geworden. Zie: https://www.nieuws030.nl/columns/terlingen-bert-halpern/
1 november 2021
Sonja Jacoba Hes (Amsterdam, 4 februari 1928 - Utrecht, 1 maart 1944) staat er op het digitale Joods Monument (tenminste: vandaag nog). De sterfdatum gaat het mij om. Op het fysieke monument in Utrecht staat 'Utrecht, maart 1944'.
Wat blijkt: ze is op 11 mei 1944 gestorven in het Diakonessenhuis. Dit staat zowel op haar Joodse Raad-kaart als in de burgerlijke stand van Utrecht. Dit is al zo'n 75 jaar bekend.
15 oktober 2021
N.a.v. het bericht van 21 september (zie hieronder): de mensen van het Spoorwegmuseum zijn op dit moment druk bezig met het aanpassen van de 'foute lijst' met namen van Utrechtse joodse slachtoffers op hun website Beladen Treinen en op de console die in het museum bij de bagagewagen staat waarin de permanente expositie 'Beladen Treinen' te zien is.
Fijn om te merken dat het Spoorwegmuseum dit zo snel oppakt.
21 september
Op de website Beladen Treinen van het Spoorwegmuseum in Utrecht staat nog steeds de oude 'foute lijst' met namen van Utrechtse joodse slachtoffers. Zie: Beladen fouten van het Spoorwegmuseum
8 april
5 april
Familieleden van drie joodse mensen die oorspronkelijk uit Oost-Europa komen en die in Utrecht woonden ten tijde van de oorlog willen naar Utrecht komen om hun familieden te gedenken. Ik kreeg via-via de vraag 'Staan ze vermeld op het joods monument? Want dan gaan ze daar graag kijken bij hun bezoek'.
Mijn zeer teleurstellende antwoord luidt: slechts twee van de drie staan erop, en één van de twee heeft een verkeerd geboortejaar.
Dit zijn weer 'nieuwe' fouten. Ik geef ze dus door aan het JCK in de hoop dat ze vermeld worden op het lijstje fouten: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/600389/joods-monument-utrecht---correcties. Nummers 81 en 82.
Het gaat om:
- Chawe Gitel Eveline Rothenberg-Schleyen (1879-1943). Ze staat op het monument met een verkeerd geboortejaar (1880 ipv 1879)
- Klara Chaje Israel-Schleyen (1891-1943). Zij staat niet vermeld op het monument. Haar man, Izaak Israel (1882–1943) waarmee ze in Utrecht woonde en waarmee ze tegelijkertijd in Sobibor werd vermoord, staat er wel op.
1 februari
Utrechter Robin van Essen kwam de volgende fout tegen op het Utrechtse Joods Monument: de meisjesnaam van mevr. Dannheisser, woonachtig op Bijlhouwerstraat 1, is niet Block maar Bloch.
Zie ook: https://brotmanblog.com/2020/09/01/a-photo-and-its-story-amalie-meyer-bloch-in-the-netherlands/
Inmiddels doorgegeven aan het JCK voor de foutenpagina die zij bijhouden. En voor op haar eigen pagina.
11 januari
19 december 2020
In november 2020 verscheen het rapport "Verschil maken? Gemeente, belastingen en rechtsherstel in naoorlogs Utrecht', geschreven door Maili Blauw. Ze schreef het in opdracht van de gemeente Utrecht.
Historica Blauw is onderzoeker bij Bestuursdienst Gemeente Den Haag. Ze was van 2017–2019 onderzoeker en secretaris bij het project Joods moreel rechtsherstel.
In het rapport schrijft ze in een alinea over het aantal joden in Utrecht in de Tweede Wereldoorlog en het aantal overlevenden. Daarin schrijft ze:
Op het in 2015 onthulde Joods Monument Utrecht staan 1.239 namen. Daaronder zijn ook die van 132 personen uit delen van Jutphaas, Maartensdijk en Zuilen die tijdens de bezetting nog niet bij de gemeente Utrecht hoorden, maar daar sinds 1954 wel bij zijn gevoegd.
Keurig, hoor. Feitelijk juist: er staan 1.239 namen. Maar ik mis de nadere uitleg dat dit getal niet overeenkomt met het aantal slachtoffers.
Er staan namen op het monument van mensen die de oorlog overleefd hebben. En er staan ook namen niet op vermeld die er wel horen. Deze feiten staan ook vermeld in de bron die zij aanhaalt: het gemeentelijke rapport 'In steen gebeiteld' (2018). Dat rapport noemde ik overigens 'broddelwerk'.
Het kan natuurlijk knulligheid zijn, maar ik hou het erop dat Blauw het wegmoffelwerk van de gemeente doorzet.
17 september
Een verhaal geschreven voor Nieuws030: Monumenten en de werkelijkheid, over de levens van vijf joodse inwoners van Utrecht in de Tweede Wereldoorlog en hoe feiten daarover in onze databanken en op onze monumenten zijn terechtgekomen. En over het herstellen van fouten.
5 augustus
In de hoop dat de onjuistheid op het Holocaust Namenmonument, waaraan nu gebouwd wordt, nog voorkomen kan worden, heb ik hem ze gemaild. Voorzitter Grishaver belde me direct: "Helaas kan deze wijziging nu niet meer worden meegenomen. We hebben de namenlijst nu 'op slot' zitten. Bij de eerste lichting verbeteringen, een half jaar na de oplevering van het monument - in 2022 dus, nemen we hem mee. Dan zal de steen van Bertha Gazan-Sanders eruit gehaald worden en komt er een blanco steen voor in de plaats. Op een aparte wand komt dan de steen van Bertha Sanders." Deze procedure is trouwens overeenkomstig met wat hij in dit interview zei.
13 december 2019
Een joods slachtoffer - Johanna Helena Henrietta Levy (Roermond, 7 november 1895 – Auschwitz, 28 januari 1944) - staat vermeld op drie verschillende monumenten.
Zeist was in 2001 de eerste. Daarna volgde Roermond in 2007. En in 2015 het namenmonument in Utrecht. De laatste is een verkeerde vermelding. Ze woonde in de oorlog inderdaad even in Utrecht, maar vestigde zich op 14 mei 1943 in Zeist, is sinds 2001 bekend.
(Een vermelding van dit slachtoffer op het vierde monument is overigens aanstaande: het Holocaust Namenmonument, aangezien ze voldoet aan het het criterium dat ze geen graf heeft.)
Johanna Levy woonde op de Agnietenstraat in Utrecht met Elizabeth Simons (Leek, 18 september 1903 – Auschwitz, 28 januari 1944) Ook zij ging naar Zeist. Dus ook Elizabeth Simons' vermelding in Utrecht is niet juist.
10 december
De Duitse heer Meub is al meer dan 15 jaar bezig met het weergeven van alle door hem gevonden feiten over Utrechtse joodse slachtoffers.
29 november
In het eerste stuk in het AD-AC verwijst Lodewijks onder andere naar het Utrechtse monument (dat in 2015 werd geplaatst) en naar het Holocaust Namenmonument (dat in Amsterdam gaat komen).
Het tweede stuk gaat inhoudelijk in op zijn publicatie Vier Joodse Amersfoortse gemeenteambtenaren op 1 maart 1941 op Duits bevel ontslagen - wie waren zij en wat gebeurde met hen daarna? dat verscheen in Flehite. Historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken (2019, deel XX; ISBN 9789082074864).
30 oktober
De in 1936 geboren dochter van Sara, Roos Jongejan-Hilversum, onthulde de steentjes. Zij sprak ook enkele woorden. De 83-jarige vrouw is geweldig blij met de steentjes. Ook andere familieleden van de Querido’s hielden toespraken.
De vrouwelijke rabbijn Navah-Tehila Livingstone deed het ‘kaddisj’, een van de belangrijkste gebeden in de joodse liturgie, en theatermaakster Marlies Hautvast zong het lied ‘De jidden van wijk C’ dat in 2015 geschreven is door Jos Bours.
23 oktober
In de bijdragen van David Barnouw (voormalig NIOD) en Marja J. Smit (vertaler) wordt verwezen naar de fouten op het Utrechtse monument. Zie ook: de uitgever.
6 oktober
29 mei
Klinkt als een wijs besluit. Hopelijk heeft het Utrechtse debacle mensen positief geïnspireerd.
1 mei
Opvallend is dat de gemeente Amersfoort meteen in actie is gekomen.
De scherpe randjes van mijn frustratie zijn gelukkig verdwenen over de moeizame opstelling van de gemeente Utrecht met betrekking tot het joods monument alhier. Maar ik kan het niet laten om te wensen dat men even een werkbezoek brengt aan Amersfoort om daar wat wijsheid op te doen.
PS. Hier een overzicht van monumenten waarop een SS'er of NSB'er terecht kwam: https://nos.nl/artikel/2282848-een-ss-er-of-nsb-er-op-een-oorlogsmonument-het-ging-eerder-mis.html
15 april

20 februari
19 februari
Ik vraag me af of dit bekend is bij de betrokken gemeenteambtenaren. Ik kan het antwoord niet inschatten. Soms deden ze onaangenaam, soms suf en soms aardig en correct. Als het antwoord 'ja' is, is het natuurlijk zeer kwalijk.
In mijn eerste beschouwing noemde ik het rapport broddelwerk. Daarna zijn er ook nog eens meerdere fouten aan het licht gekomen in de slachtoffer-gegevens.
30 januari
Nu bestaat de lijst met correcties uit 75 namen.
De datum boven de pagina's, 17 oktober 2018, blijft wel vreemd.
24 januari
Hiermee komt gelukkig een eind aan het gemodder dat correcties op de gegevens die op het fysieke monument staan niet of slecht worden doorgevoerd op de bijhorende site. De ervaring van Jim Terlingen is immers dat het JCK de site met de landelijke gegevens wèl goed bijhoudt als er reacties binnenkomen.
Het is dieptriest dat het zo lang heeft moeten duren, voordat tot deze omzetting besloten is. Terlingen, de ontdekker van de vele fouten op het fysieke monument, heeft immers de problemen rond de site regelmatig aangekaard. Zie ook eerdere berichten op deze blog. Dankzij de inzet van het Utrechtse GroenLinks-gemeenteraadslid Floor de Koning, die Terlingen hierin steunde, gingen eind november 2018 de neuzen de juiste kant op bij de gemeente Utrecht en de voormalige stichting Joods Monument Utrecht. En dat is goed nieuws.
Nog wel een paar kanttekeningen:
* De datums die op dit moment boven de nieuwe pagina's staan (zie de afbeelding) kloppen niet. Er staat 17 oktober 2018. Dat is curieus. Pas eind november 2018 is besloten tot de beheer-wijziging van de site. En begin januari was de oude site nog online. Vanwaar deze anti-datering? Een vergissing?
* De gegevens die begin januari 2019 zijn doorgegeven door een bevriende amateur-onderzoeker (en die ook hier staan), zijn nog niet doorgevoerd. Ze zijn toen gestuurd naar het e-mailadres dat op de oude site stond. Zijn deze wellicht niet doorgegeven door de toenmalige websitebeheerder? Weten doet hij het niet, maar het zou Terlingen niets verbazen.
16 januari
Struikelstenen
Leerlingen van het St. Bonifatiuscollege starten een crowdfundingsactie voor meer Stolpersteine (struikelstenen) in Utrecht. Heel mooie actie. Deze klinkers herinneren wandelaars aan de jodenvervolging in WOII. Er is een actiewebsite waarop je kunt doneren: https://voorjebuurt.nl/nl/projects/stolpersteine-leggen-in-utrecht
14 januari
Jammer genoeg was ik vandaag niet bereikbaar om mijn reactie te geven op hetgeen door anderen gezegd werd in het AD-stuk (de journalist heeft het wel geprobeerd). En daarom doe ik het hier.
In het artikel komt de heer Rietkerk aan het woord, onder wiens voorzitterschap de stichting Joods Monument in Utrecht in 2015 het indrukwekkende herinneringsteken met namen heeft gerealiseerd. Ik vind dat nog steeds een prestatie van formaat. Het is pijnlijk om te concluderen, maar het was in het Utrechtse niet makkelijk om de geesten daartoe gereed te krijgen. Nogmaals: hulde!
Maar wat hij zegt over dat dit soort fouten maken 'bij het proces hoort' is grote kul. De stichting maakte grote fouten, die voorkomen hadden kunnen worden.
1. De stichting kwam niet op het idee de gegevens die ze van een mevrouw kregen te laten checken voordat ze in steen werden gebeiteld. Het bleek een verouderd bestand.
2. En de stichting negeerde reacties van onderzoekers die, nog voor de realisatie van het monument, online de namenlijst zagen en onjuistheden doorgaven. Deze onderzoekers kregen geen reactie.
Zie: http://www.nieuws030.nl/reacties/meer-onderzoekers-uiten-kritiek-op-joods-monument/
Toen ik begin 2016, maanden na de onthulling van het monument, naar buiten kwam met de ontdekking van ernstige fouten, deed de heer Rietkerk beweringen die onjuist bleken. Hij koos merkbaar de strategie van 'wegmoffelen' in plaats van de waarheid onder ogen zien en samen een oplossing te bedenken.
Op 1 mei 2016 heeft de stichting zichzelf opgeheven, zonder actie te hebben ondernomen om de namenlijst alsnog te laten checken.
Over de rest zal ik korter zijn. Ik ben doorgegaan met het onderzoek naar de gegevens en daarover blijven publiceren. Burgemeester Van Zanen reageerde eind 2016 op een open brief van me en stelde uiteindelijk een onderzoek in naar de Utrechtse gegevens. In maart 2018 was het rapport klaar. Er bleken in totaal 69 gegevens niet te kloppen. De goede gegevens werden vermeld op de website van het Utrechtse Joods Monument.
Toen ik op die site ging kijken, die toen naar verluidt in beheer was bij de familie Rietkerk, ontdekte ik ook daar veel onjuistheden en slordigheden. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik mailde naar het e-mailadres op de site en kreeg drie maanden geen inhoudelijke reactie. Ik benaderde GroenLinks-gemeenteraadslid Floor de Koning, die de situatie ook ernstig vond. Toen zij dit binnen gemeentekringen meldde, werden ineens mijn verbeteringen doorgevoerd en kwam de toezegging dat het JCK de site gaat beheren.
Het is belangrijk om bovenstaande te weten als u het AD-artikel heeft gelezen.
En nu kom ik op wat de heer Rietkerk zegt: dat ik niet zo'n rumoer moet maken. Ik vraag me af: is je mening uiten in een column rumoer maken? Voor het argument van de heer Rietkerk dat de Joodse gemeenschap mijn meldingen over fouten irritant vindt, ben ik gevoeliger. Als dat echt het algemene beeld zou zijn, zou ik me gedeisd houden. Want het leed dat hun families is aangedaan in de oorlogsjaren en ook daarna - ook na de oorlog was er hier nog veel antisemitisme - wil ik niet laten herbeleven.
Via bevriende onderzoekers, waarvan sommigen een joodse achtergrond hebben, krijg ik echter andere signalen. Zij vinden het van belang dat ergens de gegevens van het monument wel goed vermeld staan.
Nu blijkt dat het Utrechtse onderzoek niet goed is uitgevoerd, moet daar iets aan gebeuren. Ik doe een heel concreet voorstel: ga met de Utrechtse lijst naar de meest betrouwbare lijst die er is, die van Herinneringscentrum Kamp Westerbork en zorg ervoor dat er niet voortdurend weer fouten opduiken die allang hersteld hadden kunnen zijn.
Jim Terlingen
13 januari
Uit wat 'P.' schrijft, blijkt dat er nóg meer fouten staan op het monument en in het onderzoeksrapport. Hij heeft de mail ook gestuurd naar het e-mailadres dat op de site van het Joods Monument Utrecht staat. Dus hopelijk komt het daar gauw op.
Wat ontdekte ‘P.’?
1. Ontbrekende naam
De eerste fout gaat over een persoon die niet op het monument vermeld staat en die ook niet wordt genoemd in het gemeentelijke rapport. De joodse familie Limburg uit Tuindorp, dat toen viel onder de gemeente Maartensdijk, bestond uit vader (Jonas), moeder (Henriëtte) en de kinderen Elkan en Sien. Ze zijn allevier omgekomen. Op het monument staan Jonas, Henriëtte en Elkan. Maar Sien niet. Heel erg vreemd. Nog vreemder is het dat dit niet aan het licht gekomen is in het gemeentelijke onderzoek.
Het lot van Sien werd in 1999 al beschreven in het boek ‘Joodse kinderen in kamp Vught’ van J. de Moei. Ze werd in juni 1943 met het zogenoemde kindertansport uit Vught via Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Ze werd maar 3 maanden oud.
Zie ook: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/28549/sien-limburg
2. Verkeerde sterfmaand
‘P.’ heeft ook ontdekt dat de sterfdatum van zoon Elkan onjuist staat op het fysieke monument. Hij is overleden op 6-6-1943 in Vught. Op het monument staat 6-1-1943. Deze fout valt overigens niemand aan te rekenen. Tot voor kort stond in alle officiële lijsten de verkeerde datum. Hulde aan de ontdekker: 'P.'
3. Verkeerde correctie
Dat aanrekenen geldt helaas wel voor nummer drie. In het gemeentelijke rapport staat een correctie vermeld betreffende het uit Duitsland naar Nederland gevluchte meisje Slata Goldwasser. Ze is door de Duitse bezetter uit het Joodse Weeshuis op de Nieuwegracht gehaald. Op het monument staat bij de overlijdensgegevens ‘Sobibor 13-05-1943’. Het rapport meldt dat dit ‘Sobibor 13-03-1945’ moet zijn. Maar deze correctie is in de officiële lijsten nergens terug te vinden. Overal staat ‘13-03-1943’. De maand is dus verkeerd vermeld. Het jaartal in het rapport kan simpelweg niet kloppen omdat het kamp Sobibor in 1943 werd gesloten.
4. Verkeerde sterfplaats
De 49-jarige Mozes van der Horst overleed in 1941 in Utrecht (zie HUA). Op het Monument staat zijn vorige woonplaats vermeld: Den Helder. Het gemeentelijke onderzoek heeft deze fout niet gemeld.
5. Soms wel, soms niet
‘P.’ signaleert verder dat sommige joodse mensen met hun naam op het monument staan vermeld het hun overlijdensdatum in Utrecht. En anderen, ook overledenen in Utrecht, staan er weer niet op.
Deze slachtoffers staan er bijvoorbeeld wel op: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/121446/leonard-salomon-ornstein en https://www.joodsmonument.nl/nl/page/122330/hartog-cohen.
En deze slachtoffers niet:
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/234817/meijer-pijpeman en https://www.joodsmonument.nl/nl/page/228134/johanna-groen-sanders.
Daar zit geen logica in. Het gemeentelijke rapport negeert deze inconsequenties.
28 november 2018
Lees hier meer in de column van Terlingen.
4 september
15 juni
10 en 11 juni
Eind april benaderde Erik-Jan Kreuze me, vrijwilliger in het project Vrijheidsportretten van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork (HCKW). Hij wil weten of ik meer informatie heb over een joodse man, die de oorlog overleefd heeft. Het gaat om Albert Spanjer, geboren op 26 december 1903 in Duitsland (Frankfurt am Main), die in 1941 in Utrecht woonde aan de Mauritsstraat.
Dat hij zei dat de oorlog overleefd zou hebben, verraste me. Want in maart 2018 concludeerde het Utrechtse gemeentelijk rapport nog dat alleen zijn sterfplaats en -datum op het joods monument niet kloppen. Daar staat vermeld 'Sobibor 01.03.1945' en dit moet volgens het gemeentelijk rapport 'Utrecht, 01.03.1945' zijn.
Ik heb veel kritiek op het onderzoeksverslag (het bevat broddelwerk en ik schmierde dat dit vast de reden is dat er geen namen van onderzoekers achterin het rapport staan), maar fouten in het feitelijke onderzoekswerk was ik nog niet tegengekomen. Twee maanden na de verschijning komt nu de eerste aan het licht.
Sporen
Samen met de heer Kreuze ben ik op zoek gegaan naar na-oorlogse sporen van Albert Spanjer. En die zijn er volop. Het is zeker dat niet alleen Ingeborg Spanjer-Leiser, maar ook haar man Albert Spanjer de oorlog heeft overleefd. Het is de vierde naam van een persoon op het monument die de oorlog overleefd heeft.
De argumenten op een rij:
- Het HCKW heeft gegevens dat Albert Spanjer op 14 maart 1945 is aangekomen in Kamp Westerbork. Daar is hij op 9 april 1945 'zonder toestemming' vertrokken.
- Op 3 juli 1950 wordt 'bij koninklijk besluit' de naturalisatie van Albert Spanjer goedgekeurd. In het Staatsblad wordt dit afgedrukt:
- Op 13 maart 1974 benoemt de arrondissementsrechtbank in Utrecht Albert Spanjer tot curator en zijn vrouw tot toeziend curator. Ze woonden toen in Utrecht aan de prof. Reinwardtlaan.
- Een ver familielid laat ons weten dat Albert Spanjer in 1994 is overleden en zijn vrouw Ingeborg in 1996.
- In het zojuist verschenen standaardwerk van het HCKW 'De 102.000 namen' staat zijn naam niet vermeld als oorlogsslachtoffer.
Conclusies
De gegevens op de website van Joods Monument Utrecht dienen aangepast te worden.
En ik voeg belangrijke vragen toe aan mijn eerdere reactie:
Jim Terlingen, juni 2018
Naschrift: Op 11 juni besteedde AD/UN – RTV Utrecht – Duic - Nu aandacht aan dit bericht en aan deze column.
9 mei
https://nos.nl/artikel/2231069-joods-monument-utrecht-met-bloed-besmeurd.html
4 mei
14 april
In Utrecht wordt naar aanleiding van 69 onjuistheden sinds vorige maand verwezen naar een website die - ja, ook die - veel fouten en slordigheden bevat. Deze website is overduidelijk niet in goede handen.
Zie de berichten hieronder voor meer informatie hierover.
27 maart
24 maart
Zie: http://www.nieuws030.nl/reacties/meer-onderzoekers-uiten-kritiek-op-joods-monument/
16 maart
Terlingen zelf schreef een column en een uitgebreide reactie.
14 maart
Op www.joodsmonumentutrecht.nl staan de meest actuele gegevens.
Rapport
Het rapport waarin het onderzoek wordt toegelicht, is naar de gemeenteraad gestuurd en staat inmiddels online: In steen gebeiteld. Een onderzoek naar de persoonsgegevens op het Joods Monument Utrecht. Het bestaat uit een beschrijving van het - nauwkeurige - onderzoek en allerlei teksten eromheen (hoe de fouten hebben kunnen ontstaan, hoe de Utrechtse lijst is samengesteld, de ontstaangeschiedenis van het monument, enzovoort).
10 maart
In een artikel in de Volkskrant kregen zij de geuzennaam 'luizen in de pels' omdat hun gedegen veldwerk fouten en oneffenheden aan het licht brengt in het werk van de gevestigde herdenkingsorganisaties.
Een 'delegatie' van deze groep heeft het afgelopen jaar een dikke pleitnota geschreven en gesprekken gevoerd met de diverse organisaties en instanties. Het eerste positieve resultaat is een feit: het Nationaal Comité 4 en 5 mei roept gemeenten en organisaties op meer samen te werken, ook met praktijkonderzoekers, en databases samen te voegen om fouten te voorkomen of te herstellen.
In het NC-magazine, een halfjaarlijkse publicatie van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, komt eind maart dit artikel te staan:
7 maart
Twee jaar geleden, in maart 2016, kwam in het AD naar buiten dat er veel (naam-)fouten staan op het Joods Monument, dat vijf maanden daarvoor in Utrecht was geplaatst.
8 februari
Zie ook: dit nos-artikel.
Het Holocaust Namenmonument gaat gebruik maken van het monumentale boek De 102.000 Namen dat op 26 januari is gepresenteerd in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Onder leiding van onderzoeker José Martin is hard gewerkt aan de meer dan 2100 pagina's, met de namen van alle uit Nederland weggevoerde en vermoorde Joden, Sinti en Roma.
Terlingen is verheugd dat een grote groep betrokken mensen hard heeft gewerkt aan de lijst met namen. Hij pleitte in 2016 daarvoor in een opiniestuk dat verscheen op de website van de Volkskrant. "Ik hoop echt dat de namenlijst nu zo goed als foutloos is, zeker nu het Holocaust Namenmonument de namen gaat vereeuwigen. Maar ik blijf wat huiverig", aldus de Utrechter.
De 102.000 Namen is een uitgave van Boom Uitgevers Amsterdam en kost €75,00. Het boek is te bestellen op www.kampwesterbork.nl.
23 oktober 2017
1 september
In de Surinaamse hoofdstad Paramaribo is een fout hersteld op het Holocaust-monument dat daar begin 2016 is onthuld.
Een kleinzoon van Henry René Gustave de la Parra (1881-1941), die in een ziekenhuis in Rotterdam is gestorven, maakte de initiatiefnemers van het monument onlangs erop attent dat de vermelding van de naam van zijn grootvader op het monument onterecht is.
De Surinaamse organisatie pakte het meteen serieus op en heeft de naam verwijderd.
De namen van de vrouw van Henry, Judith Samson, en twee van zijn zoons (Marinus en Herman) staan wel terecht op het monument.
Meer over het monument in dit Engelstalige artikel uit 2016.
7 juli
In zijn brief, waarboven het AD de kop heeft gezet 'Ik trok aan de bel, maar er is niets mee gedaan', schrijft hij onder andere:
Tenzij er alsnog een duidelijk verklaring komt inzake de omissies moet ik concluderen dat er slecht, althans ontoereikend, onderzoek is verricht. Dat zou een blamage voor de stad zijn. Ter lering pleit ik voor een onafhankelijk onderzoek naar hoe het kan dat zoveel door Terlingen gevonden fouten terecht konden komen op het monument.
Op 13 mei jongstleden nam Koelega al contact op met Terlingen en kunt u op deze website hierover het een en ander lezen.
Journalistieke interesse?
Op deze website staat een reconstructie van hoe de vork volgens hem in de steek zit, oftewel: hoe het kan dat het monument zoveel fouten bevat? In de publiciteit is hierover nog niet amper iets verschenen. Misschien iets voor een gedreven journalist om zich erin te verdiepen?
Bestuur
Indien er een onderzoek komt, zoals Koelega wenst, is het wellicht handig om te weten welke mensen in het bestuur zaten die het monument hebben gerealiseerd. Hulde voor al het werk dat zij hebben verricht en voor het feit dat het gelukt is om het monument te realiseren. Ze zijn er echter helaas ook verantwoordelijk voor dat het monument flink wat fouten bevat en hebben zichzelf op 1 mei 2016 opgeheven, op dat moment wetende dat deze fouten op het monument stonden.
- de heer Wim Rietkerk (1941, oud-raadslid Christenunie in Utrecht)
- de heer Maarten van Ditmarsch (1946, oud-fractievoorzitter CDA in Utrecht)
- de heer Gerrit Keunen (1947, rijksdienst voor de Monumentenzorg)
- de heer Paul Jaeger (1958, vertaler, Messiaanse gemeente Amersfoort)
2 juli
In de boekhandel ligt het recent verschenen boek 'Mij krijgen ze niet levend - de zelfmoorden van mei 1940' van Lucas Ligtenberg. Daarin staat onder andere het verhaal van de arts Eduard van Lier, zijn echtgenote Gerarda Guldensteeden Egeling, zijn zoon Cornelis (Kees) van Lier en diens echtgenote Bernardina Daamen. Zij pleegden met zijn vieren zelfmoord op 14 mei 1940 in een kamer in Haarlem. Dat was de dag dat Rotterdam gebombardeerd werd.
Ze woonden allen in Utrecht, op Biltstraat 111. Zoon Kees van Lier - natuurkundige, wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Utrecht - was gemobiliseerd als militair. Hij maakte deel uit van het korps Motordienst.
Kees van Lier was een directe neef van twee vrouwen die in de oorlog verzetshelden zijn geworden: Trui van Lier (1914-2002, crèche Kindjeshaven) en Truus van Lier (1921-1943, die Utrechtse NSB-hoofdcommissaris van politie G.J. Kerlen doodschoot). Ze waren onderling nichten.
Joods of niet-joods
De vaders van Kees, Trui en Truus waren broers. Ze waren joods, maar doordat ze alledrie trouwden met een niet-joodse vrouw, maakte dat Kees, Trui en Truus dus niet-Joods. Hun gezamenlijke opa was 'meester' Lambertus van Lier en hun oma Geertruida Kronenberg.
(Wederom veel dank aan de heer Koelega)
27 juni
Op de site van het AD staat het hele stuk dat hij inleverde.
In de fysieke krant is zijn verhaal lichtelijk ingedikt:
15 juni
Echter op het monument staat bij Ella Julie Koperberg als sterfdatum 14 mei 1942. Wat ook verkeerd is gegaan: er staat Elia in plaats van Ella. Twee fouten op één regel.
Dit jaar zijn op 15 februari op het laatste adres van Catharina (Kittie) en Ella (Elly) twee Stolpersteine gelegd: bij Domstraat 9 bis. Op de steentjes zijn gelukkig geen fouten gemaakt.
14 juni
Het spijt me om weer kritisch te moeten zijn, maar ik kan dat niet anders kwalificeren dan ‘dom’. Zo is er geen mogelijkheid voor buitenstaanders (nabestaanden en amateur-historici) om er nauwkeurig naar te kijken. Het is vragen om fouten.
De huidige lijst die op de site van het Holocaust Namenmonument staat, bevat aantoonbaar fouten (zie ook eerdere berichten op deze site).
13 juni (1)
Zie ook: de nieuwsberichten op RTV Utrecht (bericht 1), RTV Utrecht (bericht 2) en RTV Utrecht (video), DUIC, NU.nl en AD
Terlingen schreef zelf vandaag dit achtergrond-verhaal op Nieuws030
13 juni (2)
Verder is het niet duidelijk wat iemand een 'Utrechter' maakt en wat iemand een 'slachtoffer'. Waren op kamers wonende joodse studenten ook 'Utrechters'? Is elk joods persoon die tijdens de oorlog stierf een slachtoffer? Ook bijvoorbeeld iemand die in 1940 zelfmoord pleegde? Er zijn van elke categorie voorbeelden te vinden van mensen die wél en mensen die niet opgenomen zijn.
De stichting die het monument heeft gemaakt is - naar alle waarschijnlijkheid - 'blind' afgegaan op een lijst met namen die zij heeft ontvangen (zie ook: de reconstructie in het bericht van 13 mei 2017).
19 mei (1)

Op het oorlogsmonument van de Universiteit Utrecht in het Academiegebouw aan het Domplein staat hij - sinds 2011- vermeld. Een commissie, bestaande uit vier hoogleraren - waaronder de voormalige directeur van het NIOD, prof. Blom - besloot zijn naam op te nemen omdat "zijn overlijden verhaast was door de omstandigheden waarin hij door de bezetting terecht was gekomen".
Op het Joods Monument in Utrecht staat de naam 'Abraham Albert Hijmans', dus zonder 'van den Bergh'. Dat is overeenkomstig met de gegevens die op de officiële overlijdensakte staan. Echter, hij had zijn achternaam in 1929 veranderd. Hij voegde toen de naam van zijn moeder toe.
(met grote dank aan de heer Koelega)
19 mei (2)
Hun oudste dochter, Gesina Renée, was verstandelijk beperkt en is eind jaren dertig (?) naar de joods-psychiatrische instelling Het Apeldoornsche Bos gebracht. Vanuit deze instelling is zij in 1943 samen met 1095 andere inwoners en verpleegkundigen naar Auschwitz weggevoerd en daar vermoord.
Ik weet het antwoord op de vraag nu zelf niet, maar ik stel hem wel: hoort de naam van Gesina niet onder die van haar ouders te staan op het Joods Monument in Utrecht? Is daar in Utrecht bij het maken van het monument door iemand over nagedacht? Het antwoord is, vrees ik, 'nee'.
PS. Mozes - ook wel: Maurits - Onderwijzer was een zoon van de rabbijn Abraham Samson Onderwijzer (lees hier meer: site dutchjewry.org).
13 mei
Hij heeft deze gegevens in 2015 nog voor het onthullen van het monument doorgegeven aan de stichting die het monument heeft geregeld. Hij kreeg daar helaas geen inhoudelijk antwoord op. De komende tijd zal Terlingen deze gegevens checken en publiceren.
De heer Koelega uitte de logische veronderstelling dat men vast jarenlang serieus bezig is geweest met onderzoek naar de Utrechtse namen. In zijn reactie schreef Terlingen hem een mail, met hoe volgens hem de vork in de steel zit. Voor bezoekers van deze site is het volgende fragment uit de mail misschien interessant:
(...)
Hetgeen u schrijft - dat er ongetwijfeld personen zijn "die jarenlang serieus bezig zijn geweest de Utrechtse namen uit te zoeken" - is naar mijn beste inschatting niet gebeurd. Het comité heeft zelf geen onderzoek gedaan en is afgegaan op een lijst van mevrouw Hankes, die de website Joods Digitaal Monument Utrecht beheert. Zij heeft in 2007 een bestand met namen gekregen van het Joods Historisch Museum en heeft deze op haar website gezet. Deze gegevens zijn sindsdien nauwelijks aangepast. Haar site (jdmu.nl) was - en is - niet op online bezoekersreacties ingericht.
Het Joods Historisch Museum zette haar gegevens rond die tijd ook online: op de landelijke site Digitaal Joods Monument (tegenwoordig Joods Monument). Op deze site kunnen bezoekers wel wijzigingen aanbrengen. Door bezoekersmeldingen en eigen onderzoek van medewerkers zijn daar heel veel aanpassingen gedaan. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag. Ook u heeft daar namen aangedragen, lees ik. Veruit de meeste fouten die ik ben tegengekomen op het Utrechtse monument, komen niet meer voor op de site van het (Digitaal) Joods Monument.
Als nauwkeurig onderzoeker van de Utrechtse universitaire wereld in de oorlogsjaren zult u waarschijnlijk, net als ik, verbijsterd zijn over het feit dat er geen eigen onderzoek is gedaan. Tien minuten googelen had al volstaan om te ontdekken dat de lijst fouten bevatte. Het duidt mijns inziens helaas op amateurisme. Maar het gaat wel om een zeer gevoelig onderwerp en een monument van 180.000 euro. Daar droegen overigens onder meer de gemeente Utrecht en de Nederlandse Spoorwegen aan bij. Ook was het mogelijk voor 'gewone mensen' om een naam te adopteren voor vijftig euro.
Voorzitter Wim Rietkerk van de Stichting Joods Monument zei in 2016 in het AD na de eerste melding van fouten: "De lijst met namen is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld en gecontroleerd". Dit verdient m.i. de kwalificatie 'gotspe'.
(...)